Achtergrond
Volgens de gegevens uit de regiomonitor ontvangt momenteel naar schatting 35% van de jeugd tussen de 0 en 18 jaar een vorm van gespecialiseerde jeugdhulp. Deze hulp is in 50% van de gevallen van kortere duur (minder dan 2 jaar) en in 50% van de gevallen langduriger. Sinds de decentralisatie in 2015, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn worden voor jeugdhulp, zijn de kosten verdubbeld (ruim €7 miljard in 2024 en in 2025 al hoger dan €8 miljard). Deze trend is zowel inhoudelijk als financieel maatschappelijk onhoudbaar. Bovendien blijkt dat de (langdurige) inzet van hulp niet altijd de gewenste resultaten oplevert.
Onderzoek geeft aan dat er een grotere focus nodig is op het versterken van de eigen kracht en zelfregie van ouders en kinderen, om hun veerkracht en weerbaarheid te bevorderen en te voorkomen dat zij onbedoeld afhankelijk worden van professionele hulp. Dit vereist een doorontwikkeling van de wijze waarop we de jeugdhulp gezamenlijk organiseren. In de samenwerkingsgroep hebben partijen aangegeven dat zij deze uitdaging samen aan willen gaan. We hebben afgesproken ons in te zetten en verbeteringen door te voeren die binnen onze invloedssfeer liggen. Daarnaast willen wij onze ervaringen delen en bijdragen aan het bredere maatschappelijke debat, met de nadruk op leren en ontdekken vanuit onze dagelijkse praktijk.
Samen aan de slag vanuit onze dagelijkse werkpraktijk
Ons samenwerkingsinitiatief is gericht op een (lokale) verbetering van het stelsel in Veenendaal vanuit de dagelijkse werkpraktijk. We streven ernaar om ouders beter te ondersteunen in het behouden van de regie over de geboden hulp, beter gebruik te maken van de beschikbare capaciteit bij de aanbieders van jeugdhulp en om complexe zorgpaden beter te organiseren waar dat kan. Zo willen we meer voorkomen dat gezinnen onnodig van aanbieder naar aanbieder moeten overstappen of onnodig (te) afhankelijk worden van hulp.
Gefaseerde aanpak
Om deze ambitie te realiseren, hebben we een gefaseerde aanpak afgesproken:
- Fase 1: Herinrichten van regie met de werkwijze 'Geen regie, wel contact'. Ouders behouden de regie, ondersteund door de aanbieders en eventueel het CJG.
- Fase 2: Betere afstemming tussen de lokale vraag en het beschikbare aanbod, om beter gebruik te maken van de capaciteit in zowel de verwijszorg als in de vrij toegankelijke voorzieningen binnen de gemeente.
- Fase 3: Optimalisatie van zorgpaden voor kinderen met complexe hulpvragen, met minder schakelmomenten en een minder intensieve inzet van hulp.