Kijk op regie
In 2024 heeft het CJG een analyse uitgevoerd om scherp te krijgen hoe we vorm geven aan regie, welke tijdsinvestering dat vergt en wat de toegevoegde waarde is van de regie. Uit de analyse bleek dat ongeveer de helft van de beschikbare uren naar 'regie-activiteiten' ging en dat niet altijd sprake was van een aantoonbare toegevoegde waarde. Het resultaat verraste niemand - de indruk leefde al langer dat regie (te) veel tijd vergt - maar het gaf wel een stevige aanleiding om opnieuw te bepalen wanneer actieve casusregie door het CJG toegevoegde waarde heeft voor gezinnen en wanneer een lichtere vorm van regie volstaat.
Wat zegt de wetenschappelijke en praktijk-kennis over regie?
We zijn begonnen met een korte literatuur verkenning én inventarisatie van adviezen van vooraanstaande kennisinstituten. Het Nederlands Jeugdinstituut laat zien dat hulp pas effectief en duurzaam is wanneer ouders en jongeren voldoende eigen beslisruimte houden. Het Verwey-Jonker Instituut benadrukt hoe gedeelde besluitvorming tussen gemeente, aanbieder en gezin de effectiviteit en tevredenheid vergroot. De SDM-studie van Barnhoorn-Bos en collega’s beschrijft negen concrete elementen - van heldere keuzemogelijkheden voor gezamenlijke evaluaties - die ook bij complexe gezinnen werken. Trimbos-onderzoek naar zogenoemde resource-groepen onderstreept dat herstel sneller gaat als het eigen netwerk eigenaarschap heeft, terwijl de Britse Munro-review en rapporten van de Nuffield Family Justice Observatory waarschuwen voor regie die vooral op “compliance” drijft: professionals raken dan verder weg van hun kernopdracht.
Uit die bronnen haalden we drie eenvoudige toetsstenen.
- Autonomie en eigen regie van ouders en jongere is het vertrekpunt;
- Beslissen doen we in alle fasen samen met ouders en jongeren. En
- Het professioneel oordeel weegt zwaarder dan protocol—regels ondersteunen en geven kaders, maar geven niet de uiteindelijke doorslag. Ieder gezin en iedere jongere is immers anders. Je moet uiteraard als professional wel documenteren en kunnen uitleggen waarom je van de kaders bent afgeweken. Oftewel vastleggen hoe je tot je professioneel oordeel bent gekomen.
De regie op de inzet van hulp ligt dus in beginsel bij de opvoeders/ouders. Professionals ondersteunen ouders, als dat wenselijk is, met procesregie indien zij daarom vragen.
Het wettelijke fundament
Het Burgerlijk Wetboek geeft ouders niet alleen de plicht, maar ook het recht om hun kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:247 BW). Zij zijn tot het 21ste levensjaar verantwoordelijk voor de kosten daarvan (art. 1:82 en 1:392-1:395a BW). Pas wanneer vrijwillige hulp de ontwikkeling of veiligheid niet meer borgt, kan de kinderrechter ingrijpen met een maatregel, zoals bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling. Die hiërarchie—eerst ouderlijke regie, dan vrijwillige steun en daarna 'dwang'—vormt het juridische kompas voor het werk van professionals.
Gezamenlijk betekenis geven aan regie
Met het wetenschappelijke en wettelijke kader in de hand is de eigen praktijk in Veenendaal verder onderzocht. In gesprekken met de aanbieders en de CJG-teams is gezocht naar en gewerkt aan een gedeelde definitie:
Regie is de dynamische verdeling van besliskracht tussen gezin, netwerk en professionals, waarbij autonomie van ouders en jeugdige het vertrekpunt is en opschaling proportioneel volgt uit risico’s of complexiteit met een vaktechnische aantekening in het dossier van de professional (het professioneel oordeel).
Daarna is het model met herkenbare regieniveaus - Geen (actieve) regie, Regie, Regie + en Regie++ - ingevuld en zijn er brieven opgesteld voor ouders en aanbieders met een duidelijke uitleg. Die brieven geven weer wat ouders, aanbieders en het CJG van elkaar mogen verwachten: ouders sturen het traject, de aanbieder voert uit en rapporteert over de resultaten, het CJG blijft op afstand als dat kan en nabij als het nodig is. Als de inzet van het CJG volgens ouders, aanbieder en CJG geen toegevoegde waarde heeft is er sprake van 'Wel contact, Geen regie': Het CJG blijft op de achtergrond beschikbaar en kan worden betrokken als de situatie daarom vraagt.
Implementatie en afronding fase 1 en Start fase 2
In het voorjaar van 2025 heeft elke aanbieder een overzicht van lopende dossiers ontvangen en beoordeeld. De lijsten zijn binnen het CJG verwerkt en er is per casus vastgesteld welk regieniveau past. Nieuwe aanmeldingen worden direct ingedeeld volgens het nieuwe model. Mei 2025 markeert het einde van fase 1 ketensamenwerking: alle dossiers zijn dan omgezet en kunnen we starten met fase 2.
In fase 2 volgen we periodiek/maandelijks de in- en uitstroom en de ervaringen met de vernieuwde werkwijze. Voor elk overleg ontvangen aanbieders vooraf een lijst met aflopende beschikkingen, zodat we in een half uur de belangrijkste bevindingen kunnen delen en bijstellen waar nodig. We bespreken geen inhoudelijke dossiers. Dat doen de professionals onderling en met ouders en jeugdigen. We bespreken ook geen contractmanagement onderwerpen. Dat is belegd bij contractmanagement in de regio. We concentreren ons op de lokale logistiek van in- door- en uitstroom.
Dankwoord
We willen nog van de gelegenheid gebruik maken en alle deelnemers van de zorgaanbieders en het CJG bedanken voor alle bijdragen en vooral voor de prettige, open en constructieve manier van samenwerken. Het is essentieel om met medewerkers uit de praktijk veranderingen en verbeteringen te ontwerpen en te implementeren.
Naslagwerk:
- NJI: Eigen kracht versterken
- Shared Decision Making
- Munro Review of Child Protection
- Improving lives – the power of better data in the family justice system
- Informeel netwerk bij KOPP/KOV ouders (pagina 4)