Overslaan naar inhoud

Ketenverkorting en de kwaliteit van Jeugdhulp

de versnippering terugdringen
6 januari 2026 in
Ketenverkorting en de kwaliteit van Jeugdhulp
Aspectu BV, Menno van Leewen


Aanleiding

Gezinnen met complexe hulpvragen hebben vaak met meerdere organisaties en wisselende medewerkers te maken in verschillende rollen; hulpverlenend en/of ondersteunend. Dat kost tijd, energie en kan ten koste gaan van het vertrouwen in de hulpverlening, terwijl juist continuïteit en een stevige werkrelatie nodig zijn om passende hulp te kunnen organiseren (Branches Zorg voor Jeugd, 2022, Ketenbreed Leren).​ Dit is vooral belangrijk voor de meer kwetsbare doelgroepen.

In Veenendaal werken het CJG, de gemeente en twaalf jeugdhulpaanbieders daarom samen aan de centrale vraag hoe de hulp beter kan worden georganiseerd, zodat gezinnen minder last hebben van een versnipperde keten en meer profiteren van wat partijen gezamenlijk kunnen bieden.

Verkenning vanuit de werkpraktijk

In tien bijeenkomsten is de dagelijkse werkpraktijk onderzocht. Professionals van het CJG, de gemeente en aanbieders hebben concrete ervaringen uitgewisseld en vanuit zowel cliënt- als organisatieperspectief onderzocht waar de samenwerking goed verloopt en waar verbeterpotentieel aanwezig is. Vanuit dataperspectief is gekeken naar de aard, omvang en trends in het gebruik van voorzieningen en daaraan verbonden kosten.

In het rapport Op zoek naar verbeterkansen voor de jeugdhulp in het casusonderzoek Ketenbreed Leren wordt (op pagina 34 en 35) een vergelijkbare werkwijze beschreven, waarin via casusonderzoek patronen in de keten zichtbaar worden gemaakt. In Veenendaal werd dit ook zichtbaar en wordt vastgesteld dat in langlopende, complexe trajecten – met meerdere aanbieders en verschillende leefdomeinen – overdrachten, versnipperde informatie en personele wisselingen grote impact hebben op gezinnen én op professionals. Dit gegeven is een bedreiging voor de kwaliteit van de hulpverlening.

Onderstaand is vanuit de drie voornoemde perspectieven een samengevat beeld gemaakt van de bevindingen uit de werkpraktijk, die we ook in diverse onderzoeken terug zien:

  1. Vanuit het cliëntperspectief wordt duidelijk hoe de keten voor jeugdigen en gezinnen met langlopende multicomplexe hulpvragen in het dagelijks leven wordt ervaren. Veel wisselingen in hulpverleners verhogen het risico op onzekerheid en aantasting van vertrouwen; opmerkingen als “Hoe lang blijf jij?” of “O, weer een nieuw gezicht” illustreren dat. In het casusonderzoek Betrek mij gewoon! wordt beschreven hoe jeugdigen en ouders herhaaldelijk aangeven dat wisselingen, onduidelijke rolverdeling en het gevoel “niet gehoord” te worden, kunnen leiden tot wantrouwen en hulpverleningsmoeheid. Ook in Veenendaal geven ouders en jeugdigen aan hulpverleners vergelijkbare signalen (zie eerste twee punten pagina 34 van genoemde rapport).
  2. Vanuit het organisatieperspectief herkennen professionals dezelfde kwetsbaarheden, maar dan gezien vanuit de interne werking van het stelsel. In het document Stand van de Jeugdzorg 2025 kijkt de Jeugdautoriteit terug op 10 jaar jeugdzorg en schetst zij hoe werkdruk, beperkte capaciteit, personele wisselingen en sturende prikkels vanuit financiering en beschikkingen, versnipperde informatievoorziening en beperkt domein overstijgend samenwerken het casusgericht organiseren bemoeilijken. Informatie over een gezin is regelmatig verspreid over meerdere dossiers en organisaties, waardoor het veel tijd vergt om een juist beeld te vormen. In langlopende trajecten ontbreken daardoor soms essentiële gegevens.
  3. Vanuit dataperspectief blijkt dat in Veenendaal ruim 80% van de cliënten - met langlopende intensievere hulpvragen - in de tijd 3 aanbieders of meer zien. Bij 25% van de cliënten zijn zelfs 6 aanbieders of meer betrokken. De totale inzet bij deze cliënten bepaalt rond de 85% van de kosten:

De rode draad, die we vanuit deze drie perspectieven zien, is dat goede ondersteuning bij complexe, langlopende vraagstukken vraagt om gedeeld inzicht, stabiliteit, tijd en heldere afstemming. 

De (te) lange en (te) gefragmenteerde ketens in de jeugdhulp hebben een significant negatieve effect op de tevredenheid van cliënten en op de kwaliteit en kosten van de jeugdhulp.

In lijn met de landelijke evaluatie van Ketenbreed Leren, waarin casus-overstijgende patronen zijn teruggebracht tot ontwikkelpunten voor de hele keten, hebben de betrokken partijen in Veenendaal hun ervaringen gebundeld en geconcludeerd dat ketenverkorting en het terugdringen van versnippering een centraal thema vormen waaraan zij in de komende periode graag verder willen werken.​

Om hier handvaten voor te vinden zijn drie basisobservaties nader uitgewerkt tot kernprincipes, die als toetskaders en leidraad kunnen dienen bij het ontwerpen en implementeren van verbeterinitiatieven gericht op ketenverkorting en defragmentatie.

Drie kernprincipes uit de Veenendaalse praktijk

De professionele alliantie – de kwaliteit van de werkrelatie tussen gezin en hulpverlener – is een (het) vertrekpunt voor effectieve jeugdhulp. In het onderzoek Goede alliantie, effectievere jeugdzorg van ZonMW wordt dat in de samenvatting onderstreept. De professionele alliantie is essentieel om met ouders en/of jeugdige de hulpvraag adequaat te kunnen articuleren, een zorgvuldige analyse te maken (van krachten, kansen en risico's), passende hulp te organiseren (conform de 10 stappen van de centrale raad van beroep) en de juiste medewerker aan het gezin te verbinden.

Onderzoek van de HAN naar de professionele alliantie in de jeugdhulp stelt dat een stabiele relatie tussen cliënt en hulpverlener sterk samenhangt met de effectiviteit van de geboden hulp. In Werk maken van allianties in de zorg voor jeugd wordt onder meer geconcludeerd dat investeren in een vroege, gelijkwaardige werkrelatie en samen beslissen een aantoonbaar positief effect heeft op motivatie, therapietrouw en uiteindelijk de uitkomsten (HAN, 2023).

In de verkenning van de relatie tussen cliënt-, professional- en alliantiefactoren en het effect van de hulp, laat het Verwey-Jonker Instituut zien dat de alliantie een van de belangrijkste werkzame factoren is: een goede werkrelatie hangt consistent samen met betere uitkomsten, ongeacht de specifieke hulpverleningsmethode (Verwey-Jonker, 2020, hoofdstuk 6 en 8).​

Vanuit de praktijk en onderzoek wordt daarmee steun gevonden om in Veenendaal de professionele alliantie en daarmee samenhangende bouwstenen centraal te stellen als thema in het onderzoek naar verbeteringen.​

Vanuit de Veenendaalse praktijk zijn, op basis van het gezamenlijke onderzoek en de bestudeerde literatuur, drie kernbouwstenen gekozen als verbeterfundament:

Juist deze fundamenten komen onder druk te staan wanneer de keten (te) lang en (te) gefragmenteerd is.

In Betrek mij gewoon! wordt beschreven hoe veel overdrachten, wisselingen en versnipperde informatie het risico vergroten op miscommunicatie, dubbel werk, onduidelijke verantwoordelijkheid en hulpverleningsmoeheid, waardoor gezinnen herhaaldelijk hun verhaal moeten doen en professionals steeds opnieuw in de relatie en beeldvorming moeten investeren.

De Veenendaalse praktijk herkent dit beeld en kiest daarom ketenverkorting en het terugdringen van versnippering als centraal thema is voor de volgende fase in de samenwerking.​

De gezamenlijke werkhypothese

Op basis van de inbreng uit de gezamenlijke verkenningen is de volgende werkhypothese geformuleerd, die richtinggevend is voor het vervolg:

“Als we de keten rondom gezinnen met complexe, langdurige hulpvragen verkorten en de versnippering van taken en informatie verminderen, ontstaat er meer ruimte om een stevige werkrelatie op te bouwen, de hulpvraag scherp te krijgen – en daarmee effectievere en efficiëntere jeugdhulp te realiseren.”

Ketenverkorting en minder versnippering zijn daarmee geen doel op zichzelf, maar essentiële voorwaarden om vanuit de drie geformuleerde kernprincipes te kunnen werken aan effectievere en efficiëntere hulp. Dit geldt in het algemeen, maar in het bijzonder als het gaat om cliënten met een (domeinoverstijgende) multicomplexe hulpvraag (Raadsvoorstel Veenendaal kwadrant 4, o.a. pagina's 35, 50, 52).

Koppeling met lokaal, regionaal en landelijk beleid

Wat in Veenendaal zichtbaar wordt, sluit aan bij het brede beeld dat in landelijke rapporten wordt geschetst.

Daarnaast sluit de keuze, om ketenverkorting als thema te kiezen, aan bij de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, waarin integraal werken, preventie en maatwerk centraal staan, en bij het Hoofdlijnenakkoord Jeugdhulp segment 1, waarin het principe “één gezin, één plan, één regisseur” de basis is voor de inrichting van het stelsel (VNG, 2023; JeugdWMO, 2021). 

De focus op ketenverkorting en het verminderen van versnippering mag daarmee worden gezien als een concrete, lokale uitwerking van deze landelijke ontwikkelingen (Beleidsradar Veenendaal, 2025).​

Verbeterinitiatieven ontwikkelen

Met de werkhypothese en de aansluiting op het lokaal, regionaal en landelijke beeld als basis richt de volgende fase in de samenwerking zich op het concretiseren van verbeteringen. Wij zijn met name geïnteresseerd in initiatieven die binnen de eigen invloedssfeer van het CJG, de aanbieders en de gemeente gerealiseerd kunnen worden, waarbij we de complexiteit van domeinoverstijgende verbeteringen niet uit het oog verliezen.

Dit sluit aan bij de lijn die ook in landelijke praktijkverhalen wordt bepleit: verbeteringen beginnen bij wat professionals en lokale partners zelf kunnen beïnvloeden, en daarbij worden versterkt door bestuurlijke steun.​

Het voorstel is om onderscheid te maken tussen twee typen ideeën:

Ideeën binnen de bestaande wettelijke en beleidskaders

Dit zijn stappen die door medewerkers en organisaties relatief eenvoudig kunnen worden ingezet, zonder nieuwe regelgeving of ingrijpende structuuraanpassingen. Voorbeelden kunnen zijn:

    1. overdrachtsmomenten anders organiseren, zodat gezinnen niet herhaaldelijk hetzelfde verhaal hoeven te vertellen. We kunnen denken aan 'waakvlam afspraken' of een professional 'invliegen' in plaats van een casus over te dragen;
    2. een gezamenlijke startfase inrichten, waarin één plan en één gedeelde analyse met gezin en netwerk worden opgesteld, in lijn met de aanbevelingen rond gezinsplannen bij complexe problematiek (Richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen, 2021);
    3. standaard uitleg geven aan het begin van een traject over wie wat doet en wat het gezin van wie mag verwachten, zoals ook aanbevolen in de richtlijnen voor samen beslissen in de jeugdhulp;
    4. Een vast aanspreekpunt voor het gezin naar het model in de gezondheidzorg. Een voorbeeld is de werkwijze van het oncologisch centrum van het UMC.
    5. Versterken en verhelderen van regieafspraken.

Ideeën die extra steun vragen van CJG, gemeente of regio

Dit zijn voorstellen die in de praktijk ontstaan, maar vragen om aanvullende afspraken, financiering of beleidsruimte. Bijvoorbeeld:

    1. structurele tijd reserveren voor gezamenlijke casuïstiekbespreking bij complexe casussen;
    2. andere sturingsparameters inrichten dan alleen doorlooptijd en uitstroom. Dit is in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd, waarin nadruk wordt gelegd op kwaliteit en meer duurzame resultaten (VNG, 2023) en herhaald beroep meer te voorkomen;​
    3. afspraken over toewijzing en bekostiging die continuïteit bevorderen bij langdurige trajecten, zoals ook benoemd in handreikingen rond de uitvoering van de Hervormingsagenda (Platform Sociaal Domein, 2023).​

De ambitie is om in maart 2026 een aantal van de ideeën uit te hebben gewerkt tot concrete initiatieven, zodat we kunnen starten met de praktische toepassing door de aanbieders, CJG en gemeente. We zorgen daarbij voor een goede koppeling met het door de gemeenteraad gekozen beleid in Veenendaal (Beleidsradar Veenendaal, 2025) en de regionale beweging.​

Werkwijze en aanpak: ketenverkorting het centrale thema

De aanpak om tot verkorting en defragmentatie van de keten te komen richt zich steeds op het versterken van de drie kernprincipes; stabiele werkrelatie, een gedeelde hulpvraag en voldoende professionele ruimte.

In gemengde groepen van professionals uit CJG, aanbieders en gemeente wordt gewerkt met herkenbare praktijksituaties waarin ketenlengte, overdrachten en versnippering nu zichtbaar zijn. Per situatie beantwoorden de groepen twee kernvragen:

  1. Wat kunnen wij, binnen de huidige ruimte en werkwijze, direct anders doen om de keten te verkorten en de continuïteit in de relatie met gezinnen te versterken?
  2. Wat is er nodig van CJG, gemeente of – waar aan de orde – regio om deze verbeteringen structureel mogelijk te maken?

Bij de eerste vraag gaat het om praktische, direct toepasbare aanpassingen. Bij de tweede vraag gaat het om randvoorwaarden: tijd, bekostiging, afspraken of beleidsruimte, vergelijkbaar met de manier waarop in leeragenda’s rond kwaliteit en blijvend leren in de jeugdhulp verbeterpunten worden vertaald naar concrete ontwikkelacties (VNG leeragenda, 2023).​

Deze opzet sluit aan bij de manier waarop in casusonderzoek naar succesvolle integrale hulp en samenwerking wordt gewerkt (NJI, 2021; Casusonderzoek naar succesvolle integrale hulp en samenwerking).​

Beoogde opbrengst

De opbrengst van deze gezamenlijke uitwerking bestaat enerzijds uit een set concrete stappen die binnen de huidige contractuele afspraken en wettelijke kaders kunnen worden gezet en anderzijds een aantal voorstellen die om gezamenlijke investering of besluitvorming vragen. We hebben als ambitie snel (eerste kwartaal 2026) eerste stappen te zetten en lerend met elkaar te bouwen aan verbeteringen.

Deze voorstellen worden vervolgens ingebracht in de Veenendaalse ontwikkelagenda, zodat de geleerde lessen en verbeterideeën niet alleen zichtbaar blijven in de werkpraktijk, maar ook een plek krijgen in beleid en organisatie. Het raadvoorstel geeft daarbij houvast (Beleidsradar, 2025).

Het beoogde meetbare resultaat is een vermindering van de doorlooptijd voor cliënten binnen het systeem, een afname van herhaald beroep (terugval) en een aantoonbare verbetering in de effectiviteit en efficiëntie van het systeem. Dit resulteert in betere ondersteuning voor individuele cliënten en een verlaging van de maatschappelijke kosten.

Ketenverkorting en de kwaliteit van Jeugdhulp
Aspectu BV, Menno van Leewen 6 januari 2026
Labels
Archiveren
Achtergrond en doel van de Samenwerking
Opzet en doelstelling van de samenwerking in de werkpraktijk van Veenendaal